‘Aan mij zal het niet liggen’

 

De meeste mensen willen het graag goed doen. Daar lijkt niks mis mee. Hetzelfde geldt voor het broertje van het-goed-doen, namelijk je-best-doen.

Toch is het-goed-willen-doen niet onschuldig. Het verkleint je zelfvertrouwen. Het doet je richten op het oordeel van de buitenwereld in plaats van op de evaluatie uit je eigen binnenwereld. Daar word je wankel van. Hoe dat komt en wat je eraan kunt doen, daarover leg ik hieronder iets uit.

Een voorbeeld. Een afdeling moet een professionaliseringsslag maken. Het bedrijf is zo hard gegroeid dat de oude werkwijze van ‘doe het gelijk als het langskomt en werk door tot het af is’ niet meer houdbaar is. Bepaalde werkzaamheden worden gedigitaliseerd. Contacten met klanten meer gestructureerd. Voor iedereen is het even zoeken. Het bedrijf beseft dat en zoekt feedback en input van de medewerkers.

De afdeling wil deze verbeterslag graag maken. Ze willen het goed doen en zeker niet fout. Dus gaan ze hun uiterste best doen. ‘Aan mij zal het niet liggen!’ Ze gaan steeds harder werken en leunen steeds meer op hun leidinggevenden. ‘Wat wil je precies dat ik doe? Vertel het me, dan doe ik het. Is dit zoals je het bedoelt?’ In plaats van zelfstandig en initiatiefrijk gedrag te vertonen worden ze steeds dienstbaarder en reactiever.

Deze afdeling zoekt de definitie van wat goed is buiten zichzelf. Dat is het probleem van het-goed-willen doen: je zoekt zekerheid over of je het goed hebt gedaan. ‘Klopte het wel, valt mij niets te verwijten?’ En omdat je dat 100% zekere gevoel aan je eigen binnenkant niet vindt, ga je op zoek naar objectieve criteria buiten jezelf. Waardoor je steeds minder een beroep doet op ingevingen, creativiteit, ervaring, bewustzijn ìn jouzelf.

Het punt is dat het gevoel van 100% objectieve zekerheid niet reëel is. ‘Heb ik het goed gedaan’ betekent dan ‘heb ik het gedaan zoals ik het behoor te doen, in een wereld waarin glashelder is wat iedereen behoort te doen, wat de omstandigheden ook zijn.’  Dat blijft een papieren, theoretische zekerheid. Het antwoord gaat dan over etiquette of over normen en waarden.

De etiquette van ‘hoe het behoort te gaan’ is echter niet waar mensen in werk en leven mee te dealen hebben. Ze hebben ze daarentegen te maken met ‘hoe het in de werkelijkheid gaat.’

Ze zoeken dus feitelijk antwoord op de vraag ‘gezien àlles wat hier speelt en invloed heeft op de situatie, en gezien àlle (on)mogelijkheden van de mensen die erbij betrokken zijn, inclusief mijzelf; wat is op deze situatie dan voor mij het meest kloppende antwoord?’  Daarin spelen te veel variabelen om in objectieve regels te vatten. Je moet daarom juist wèl terugvallen op jezelf en op je eigen oordeel.

Dat lijkt een open deur. Wat is dat dan? ‘Je gevoel volgen’ ofzo? Nee, dat is veel te vaag, en bovendien weten mensen op het moment supreme vaak niet goed onderscheid te maken tussen hun normen en hun voelen.  ‘Terugvallen op jezelf’ is een combinatie van levensvaardigheden. Het begint met de realiteit aanvaarden. Dat is een grootse stap, want hij gaat voorbij aan normen over rechtvaardigheid, eerlijkheid en redelijkheid.

Natuurlijk zou jouw collega zich aan deadlines moeten houden. Of zou jullie leidinggevende veiligheid moeten creëren. Zeker na jullie feedback daarover. Eens. Maar ja, het gebeurt niet. En feedback helpt niet. Dan toch vasthouden aan ‘ja maar dat is toch niet normaal, daar moeten we dan toch iets mee’ geeft misschien vechtlust maar ondermijnt je kracht. Je kunt pas gaan bepalen wat je eventueel te doen staat, als je langs je eigen normen en waarden kunt kijken naar hoe iets ìs.

Vervolgens gaat het om voelen en weten wat je wel en niet kunt doen. Kijk de situatie nu eens in de ogen: waar zit hier de ruimte, los van hoe het hoort of wat de hiërarchie is. Bij je leidinggevende? Bij jou? Heeft het daadwerkelijk zin het aan te kaarten? Kun jij deze situatie aan, ook al maakt het je verdrietig?

Een echt goede reactie kun je alleen bepalen als jij alle variabelen meeneemt die hier meespelen. Dat doe je niet in je hoofd. Je hoofd zit immers vol normen en die jutten jou op. ‘Als je iets dwars zit moet je dat natuurlijk uitspreken! Van een leidinggevende mag je verwachten dat hij daarnaar luistert!’

Bepalen wat goed is doe je eerder in je buik. Daar zit meer realiteitszin. Je voelt dan al ‘proevende’ aan de opties welke reactie jou aarzelend of gespannen maakt en welke reactie jou een bepaalde rust geeft – tot je verbazing misschien.

Soms zul je uitkomen op niets doen. Soms zul je uitkomen op wel iets doen. Maar de moraal van dit verhaal is: als je zelf gaat beoordelen wat ‘goed’ is, voel je meer rust en kracht. Omdat jij je oordeel dan niet baseert op algemene normen ‘je moet niet over je heen laten lopen!’ maar op je eigen bewustzijn over wat in deze situatie wel en niet mogelijk is. Dat maakt de situatie niet leuker. Maar het maakt wel dat jij hem kunt dragen en er eventueel lering uit kunt trekken voor een volgende keer.

En wij mensen kùnnen dat, zelf oordelen of het goed is. Niet met een vaag ‘luister naar je onderbuikgevoel’. Maar wel met substantiële bagage die de mensheid daarvoor in huis heeft, zoals realiteitszin, bewustzijn, weten. Ik kan je leren die bagage van de plank te trekken als het nodig is.

De goedwillende afdeling moest dus wat meer ontspannen, er wat losser in gaan staan, juist niet zo haar best doen. We hebben oefeningen gedaan waarbij veel gelachen werd. Veel ruimte genomen om uit te wisselen. Langzaam maar zeker werden mensen iets opener over wat ze eigenlijk moeilijk vonden en wat ze eigenlijk dachten. Op die input zat het bedrijf nu juist te wachten.

 

Willen jullie het ook wel eens wat minder goed doen? Neem contact met me op, ik kijk graag wat ik voor jullie kan doen.